Als klein ventje kwam musicus Bert van den Brink al over de vloer bij zanger-dichter-pianist Jules de Corte. “Je had je ouders, Sinterklaas, de kerstman en Jules de Corte. Ik heb me toen nooit gerealiseerd hoe bijzonder hij was op muzikaal gebied”, aldus Van den Brink.
“Mijn ouders zijn naar De Corte gegaan met de vraag wat ze met mij moesten. Ik was muzikaal en blind”, vertelt Van den Brink. “En als iemand het wist, dan was het misschien wel Jules de Corte.”
Broem, broem
“De Corte gaf het advies om me braille muziekschrift te leren en mijn gehoor te ontwikkelen. Hij was toen 42 en wat moet zo’n man met een jochie van zeven? Dus ik zat met de autootjes van zijn kinderen te spelen”, vertelt van Den Brink over die periode. “Zijn kinderen hadden van die prachtige, opwindbare auto’s. Die hadden wij thuis helemaal niet. Jules zat dan aan de piano, speelde een paar noten en vroeg: “Bert, wat is dit?” ‘Broem, broem…’, antwoordde ik. ‘Dat is een C, een F en een E. Broem, broemmm… Zo ging dat.”
Geluidsjagers
Als veertienjarig jongetje mocht ik ergens optreden als talent, en hij als gevierd musicus. Ik weet nog dat ik straalde van trots, omdat hij me niet vergeten was en refereerde aan het bezoek bij hem thuis.” Wanneer Van den Brink op zijn achttiende, net begonnen op het conservatorium, meedoet aan een wedstrijd voor geluidsjagers en de eerste prijs wint; hoort De Corte hem op de radio. “Hij schreef me een brief, hoe het toch eigenlijk met me was. Vanaf dat moment hebben we altijd contact gehouden.”
Leraar
De Corte blijkt een geweldige leermeester. “Nou, ja. Ik had niet echt les van hem, want ik ging erheen omdat het fijn was om bij hem te zijn. Op een ongedwongen manier maakte ik kennis met zijn ethische normen. Jules kende altijd die ene schakelaar, die ene stand. Je kwam binnen en dan zat hij te filosoferen over het milieu, ofzo. Dat ging altijd door. Bij sommige mensen ervaar je dat als vervelend of egocentrisch, maar bij hem niet. Hij was heel zachtmoedig. En als hij vroeg hoe het met je ging, dan was het gemeend.”
Eenzame hoogte
“Jules musiceerde op diezelfde voet”, vervolgt Van den Brink. “Dat is het onvoorstelbare aan iemand als hij. Hij had een rijke kennis van muziek, tekst en rijmvormen én de ontroering is gebleven. Het feit dat je constant verbaasd wordt, dat je dingen net niet verwacht, dat die onverwachte veranderingen samengaan met een ongelofelijke vakkennis. Dát verheft zijn werk tot een niveau van eenzame hoogte. Als muziekdocent en musicus hoor ik ongelofelijk veel muziek voorbij komen, maar Jules’ werk is nergens mee te vergelijken.”
Middeleeuws
“Ik wil best overtuigd worden dat er nog iets mooiers is”, gaat Van den Brink verder. “Maar zelfs Jacques Brel verbleekt bij Jules de Corte. Jules maakte liedjes die goed in elkaar zaten met een ongekend perfectionisme, maar zonder daar hard in te zijn. Een soort eeuwig plichtsgevoel in een soort nederigheid. Nooit met de borst vooruit. Dat is misschien het geheim. Zijn vakmanschap stond in dienst van zijn ambacht… haast middeleeuws.”
Lees verder op de website van de Edesche Concertzaal 》